Doorgaan naar hoofdcontent

Merel in de haag

er zit een merel in de bladerarme beukenhaag;
hij overwintert naast de vetbol die mijn moeder er hing.
zijn verenkraag hoog opgetrokken.

hij verdraagt geen enkele vogel naast zich,
eist het schaarse voedsel voor zich op en
kijkt ons schaapachtig aan als de granen zijn opgepikt.

mijn moeder toont haar lege handen,
mijn vader vloekt en houdt de volgende bol
voor de meesjes en de musjes.

en ik, ik frons mijn wenkbrauwen en strooi
even later broodkruimels in de sneeuw.
de merel veroert niet, wacht niet op dooi.

Reacties

Populaire posts van deze blog

afgeknipte handschoenen

met afgeknipte handschoenen - ze rafelen en de draadjes kriebelen tussen mijn vingers - werk ik met een scherm voor mijn neus aan wat ik straks zal moeten uitprinten of met opmerkingen terugsturen. ondertussen wordt het dak geïsoleerd en elke buitenmuur volgespoten met plastic bolletjes - niet speciaal voor mij, ik wikkel mezelf graag in dekens, draag laag over laag op mijn lijf, lees een boek in de stoffigste hoek van dit vochtige huis. maar ik leef hier niet zonder hun twee, dus behoor ik te plannen en te verbeteren met halfwassen handschoenen om mijn tere boekhoudersvingers, die op een toetsenbord thuis horen, geen blote en vereelte buitenhanden om de steel van een spade geklemd. werken aan toekomst, steeds meer toekomst. wearing fingerless knit gloves - they have freyed a bit and the short threads tickle me whenever I touch my face - I work with my nose close to a computerscreen on something I will have to print lateron or send back with ...

vluchtweg

niets meer in de weg onderweg niets meer om van weg te komen kale bomen zonder takken hun gewrongen vormen smelt-water-modder-bodem onder alles weg-gewoeld boven sulfermist betekenis  verdwenen - de vormen geen tijd om bij te komen geen tijd om weg te komen vlucht - weg weegt - beweegt laat slechts - laat slecht een afdruk van wat weg is, weg

huidloos

 wij lepelden uit zoetgevooisde melk met honing en knetterden en pulsten in elkaars buurt als over pelsen, donzen huiden bewogen wij toen nog over elkaar, ademden elkaars woordjes beter dan wij dat zelf zouden kunnen waarom grepen wij daarna zo op elkaar in  waarom gaven wij daarna zo uit op elkaar waren wij al die tijd samen een lege bril dreven wij al die tijd als verdronken inkt in een uitgeschreven rivier,                                                              houdt dit ooit op wij lepelen gretig en gretiger, bijten  vol vuur happen uit elkaars buurt huidloos zoeken wij een pijnlijk, teder en ademloos perfect onuitgesproken woord