Doorgaan naar hoofdcontent

geen antwoord

als de vraag waarom klinkt,
dan moet ik allicht,
want eenmaal gesteld
is niet langer
en was niks meer.

geen mislukt of dit is fout, geen
eenzaam wachten, geen
haastig of voortijdig, geen
schaamrood op de wangen als ik dood-
gelukkig in een zetel, geen

angstzweet in de nachten
omdat ik het niet weet.

Reacties

Populaire posts van deze blog

afgeknipte handschoenen

met afgeknipte handschoenen - ze rafelen en de draadjes kriebelen tussen mijn vingers - werk ik met een scherm voor mijn neus aan wat ik straks zal moeten uitprinten of met opmerkingen terugsturen. ondertussen wordt het dak geïsoleerd en elke buitenmuur volgespoten met plastic bolletjes - niet speciaal voor mij, ik wikkel mezelf graag in dekens, draag laag over laag op mijn lijf, lees een boek in de stoffigste hoek van dit vochtige huis. maar ik leef hier niet zonder hun twee, dus behoor ik te plannen en te verbeteren met halfwassen handschoenen om mijn tere boekhoudersvingers, die op een toetsenbord thuis horen, geen blote en vereelte buitenhanden om de steel van een spade geklemd. werken aan toekomst, steeds meer toekomst. wearing fingerless knit gloves - they have freyed a bit and the short threads tickle me whenever I touch my face - I work with my nose close to a computerscreen on something I will have to print lateron or send back with ...

najaarspaars

de heide golfde in zijn najaarspaars onder zachtstrelend zonlicht. We waren net iets te fris gekleed en voelde de schaduw en de wind precies zoals ze waren. we zaten, jij aan de ene kant van de bank met de knieën hoog opgetrokken en ik hing allicht aan de andere kant, stond vaak op, bestudeerde het biotoop errond. En alles wat mooi was, was wat zich voor ons als vergezicht bevond, en alles wat stil was, was wat zich niet in onze hoofden ophield te bestaan, en straks, straks, niet eens zo lang meer, zou de zon van kleur veranderen en verdwijnen. en zouden we dan nog hier zijn, samen naar de sterren kijken, ofzo? wat mooi is nog verder weg.

Grijp

wacht even, dacht ik, waar waren wij gebleven; had ik jouw pezen al voor mij in gespannen of zaten mijn vingers nog vastgeplakt aan jouw ogen. en ik grijp en blijf grijpen. Jouw lijf is onuitputtelijk. ik blaas bliksems door jouw leden en grijpgrijp de elektriciteit die jou deze wereld in smijt. neem mij, zei jij, neem mij zoals ik lijfelijk ben en zoals wij samen enkel fysiek samen kunnen zijn en geef mij, geef richting aan bloed door mijn aders. hoe kon ik jou ooit zo willen, ik die enkel greep, en jij die daarna greep, zoals jij enkel kon grijpen: naar mijn blik die jou niet langer waardig leek,  naar de laatste adem uit de longen die mij zo oneindig dierbaar en onschuldig omringden.