Doorgaan naar hoofdcontent

MARBLE


she was lying on her side like a breathing marble fetus,
the moonlight playing over her forms;
she came to herself in her chiseled long hair.

I counted the intervertebral spaces in her strained back;
her skin foresaw me like a polished wall mirror,
my smile, mystified and stolen, drifted between
her thin ribs: an endless series

of big eyes and grimaces tugged from my face.
I unzipped her flesh, twisted her lungs and
unbuttoned her outer heart, veins and arteries,
like dense lianas and cobwebs, oppressing heat.

in her muscles stroke a fever, a fleshy pumping
entity of unknown bacilli, in which my whole arm
became warm and moist, I reached, palpated nervously

every inside. she, her head backwards, suddenly looked
at me, with her blackened eyes, her neck snapped and
her throat, her esophagus overtensioned like an iron cable.

her suffocating for breath sounded like the beating
of her growing and swelling heart, until the entire
room turned red, crimped and expanded in order.

her elastic dragon neck stretching, her teeth biting
in my throat, surrounding me with cracking and
protracting, limbs on the loose. the wind outside
cuts. the razor sharp snapping of fibres,

the smothered cracks are unbearable, slimes,
fluiding, flesh and the neverending rhythmical
sucking, everything is a ripped scream.
she escapes me like blood and pus between my fingers.

somewhere else she retakes her multiplied forms,
fixes her lines and moves when I look at her – her blood
on my hands, pulsating, sticks under my skin;

in her marble image I cannot recognize myself anymore;
it is overgrown with exotic plants, smirched
by strange rituals, seaweed and foam from oceans
where I never came, it smells burned and fits in

the urn, that silently ticks like a watch,
when a sensitive ear pushes itself against the earthenware.
does your heart already beat like hers,
has the dust reached the tympanic membrane?

are you frenetically gripping the arm rest of the reclining chair?
put two fingers like teeth in your neck and count every beat
that you lose. how does this tender disappearing taste?

Reacties

Populaire posts van deze blog

het vat is af, het glas tot de bodem geledigd

diepgeploegde voorhoofdrimpels wil ik hebben, waar de schaduwen van de jaren zich ophouden - net als mijn grootvader zaliger, net als mijn vader, mijn oudste broer, en zo snel mogelijk grijze haren op mijn hoofd, in mijn snor en in mijn baard, en daarna witte, kaal mag ook, zoals mijn grootvader aan moederszijde. tanden scheef, vergeeld daarna, verrot en uitgevallen - gapende stiltes in mijn mond. ogen dof, desnoods de staar erin, mijn oren laten me allicht sowieso in de steek zoals ze nu al bij mijn moeder doen, zodat iedereen zich roepend kenbaar maken moet en het volume van de tv altijd op maximum zal staan. net zoals mijn grootmoeder wil ik boeken lezen, maar vergeten wie of wat, en welk personage. voortdurend mezelf herhalen, mekkeren over het geleden leven en afzien, maar niet sterven, nog niet sterven, in ieder geval veel en veel te laat sterven en het bij God altijd beter weten als ik dan toch moet sterven, tot het onverstaanbaar reutelen wordt...

afgeknipte handschoenen

met afgeknipte handschoenen - ze rafelen en de draadjes kriebelen tussen mijn vingers - werk ik met een scherm voor mijn neus aan wat ik straks zal moeten uitprinten of met opmerkingen terugsturen. ondertussen wordt het dak geïsoleerd en elke buitenmuur volgespoten met plastic bolletjes - niet speciaal voor mij, ik wikkel mezelf graag in dekens, draag laag over laag op mijn lijf, lees een boek in de stoffigste hoek van dit vochtige huis. maar ik leef hier niet zonder hun twee, dus behoor ik te plannen en te verbeteren met halfwassen handschoenen om mijn tere boekhoudersvingers, die op een toetsenbord thuis horen, geen blote en vereelte buitenhanden om de steel van een spade geklemd. werken aan toekomst, steeds meer toekomst. wearing fingerless knit gloves - they have freyed a bit and the short threads tickle me whenever I touch my face - I work with my nose close to a computerscreen on something I will have to print lateron or send back with ...

Bobby Dollar

Iedereen heeft recht op eens iets anders, ook al heb je er niet zelf om gevraagd. Als ik mijn leeslijst bekijk van de laatste vijf jaren – ja, er zijn van die onverlaten die bijhouden wat ze gelezen hebben – dan blijkt dat politieromans en fantasy novels bijzonder slecht vertegenwoordigd zijn. Dat is geheel terecht vind ik want de twee genres waaruit je de meeste voorbeelden van gemeenplaatsen, opgeblazen dialogen en halfslachtige psychologie kan halen, zijn toch wel de die. De collega die met het eerste boek van de Bobby Dollartrilogie van Tad Williams op bezoek kwam, kan het niet ontgaan zijn dat ik gefronst heb als een sharpei, maar soms moet je boeken, net zoals collega’s en vrienden de kansen geven die ze verdienen. In dit geval was het in eerste instantie de collega die ik een kans wou geven, maar het voorwerp was dus wel een boek. Als opdracht had hij in ‘The Dirty Streets of Heaven’ medelevend met mijn situatie “Vade ad inferos aut transi ad superos?” geschreven. Daar kon ik ...