Doorgaan naar hoofdcontent

schuldbemiddeling (letterzetter)

 de buurvrouw tekent hartjes

op de sparren die ik mocht omleggen.

de letterzetter.

niets aan te doen, die kevertjes zijn zo klein;

te veel te droge, te warme zomers.

                               

het waren er een stuk of twintig om te vellen, maar niets voor niets

                                                                    - haar helft bleef opgestapeld liggen,

                                                                       (houdt CO2 nog langer vast.)

                                                                    - de andere helft voor mij en mijn houtkachel.


ik voel me schuldig, zelfs ...

(de nieuwste generatie kachels stoot veel minder roet uit, doet aan naverbranding, is gelabeld en goedgekeurd door de europese unie.)

                                            vergeef het me,

                                                                         de hoge energieprijzen.

                                            (in dit hout zit de energie van leven,

                                            niet die van een dode factuur.)

mijn god, misschien verwarm ik niet alleen de woonkamer, maar de hele wereld.


alle kleine beetjes, zeggen sommigen en,  een deel van de oplossing;

maar wij zijn zo klein, 

zo klein.

wij kruipen als kevertjes over de aarde.


en de buurvrouw, zij zit toch ook niet in de kou,

zij verwarmt op stookolie.

in de zomer organiseert zij uitbundige feestjes rond haar vuurschaal.


op één avond met de auto naar moskou en terug, 

naar het schijnt.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Een ringetje

Dat Martine bij haar oude moeder terecht kon nadat Erik haar het huis uitzette, kwam de familie goed uit. Zo was er steeds iemand in huis om het negenentachtig jaar oude mensje te verzorgen en moesten ze geen geld spenderen aan bejaardenhulp.    “Als ik kost en inwoon kan krijgen,” zei ze op de familievergadering, “dan betekent dat heel veel voor mij.”   In haar herinneringen zag ze hoe haar moeder vijftig jaar geleden in de woonkamer stond. Ze droeg een blauwe bloemenjurk en had krullen in het haar. Haar zes jaar oude ogen staarden als een ekster naar het ringetje met een briljant en naar het bijpassende dunne gouden kettinkje met ovalen hangertje. De randen van dat hangertje waren bezet met diamantjes en ook in het midden blonk een diamantje. Concentrisch rond dat middelste steentje waaierde een reliëf van slanke jugendstil blaadjes uit. De oorbellen hadden een grote blauwe saffier in het midden.   Op het zolderkamertje van Armand, haar enige broer en kakkenestje, had ze nog ni

afgeknipte handschoenen

met afgeknipte handschoenen - ze rafelen en de draadjes kriebelen tussen mijn vingers - werk ik met een scherm voor mijn neus aan wat ik straks zal moeten uitprinten of met opmerkingen terugsturen. ondertussen wordt het dak geïsoleerd en elke buitenmuur volgespoten met plastic bolletjes - niet speciaal voor mij, ik wikkel mezelf graag in dekens, draag laag over laag op mijn lijf, lees een boek in de stoffigste hoek van dit vochtige huis. maar ik leef hier niet zonder hun twee, dus behoor ik te plannen en te verbeteren met halfwassen handschoenen om mijn tere boekhoudersvingers, die op een toetsenbord thuis horen, geen blote en vereelte buitenhanden om de steel van een spade geklemd. werken aan toekomst, steeds meer toekomst. wearing fingerless knit gloves - they have freyed a bit and the short threads tickle me whenever I touch my face - I work with my nose close to a computerscreen on something I will have to print lateron or send back with

In den beginne

  in den beginne zagen we een onbestemd zwarte vlakte rondom ons  maar alsof het slechts een zwarte doek betrof die dun gesleten het eeuwige licht erachter doorgaf - sterren in een pikzwarte hemel -  werd lichtjes licht rondom ons    we proefden sindsdien de kolenduisternis en een doffe dreunende bas ontstemd door het schrille geluid van elke ontwakende zon droomden we van heldere vlammen, van zwijgzaam vuur dat onze leden in lichterlaaie zet   en de droom leidde haar eigen leven en leefde   we gaven de assen op onze tong aan elkaar door onze vingertoppen reikten fluitend naar elkaar alsof het lichamen waren die versmolten in knallende naar binnen gekeerde orgasmes imploderende dansende dansers   iemand ving dit alles, filterde en componeerde  aan een opengeklapte buffetpiano