Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Grijp

wacht even, dacht ik, waar waren wij gebleven; had ik jouw pezen al voor mij in gespannen of zaten mijn vingers nog vastgeplakt aan jouw ogen. en ik grijp en blijf grijpen. Jouw lijf is onuitputtelijk. ik blaas bliksems door jouw leden en grijpgrijp de elektriciteit die jou deze wereld in smijt. neem mij, zei jij, neem mij zoals ik lijfelijk ben en zoals wij samen enkel fysiek samen kunnen zijn en geef mij, geef richting aan bloed door mijn aders. hoe kon ik jou ooit zo willen, ik die enkel greep, en jij die daarna greep, zoals jij enkel kon grijpen: naar mijn blik die jou niet langer waardig leek,  naar de laatste adem uit de longen die mij zo oneindig dierbaar en onschuldig omringden.

huidloos

 wij lepelden uit zoetgevooisde melk met honing en knetterden en pulsten in elkaars buurt als over pelsen, donzen huiden bewogen wij toen nog over elkaar, ademden elkaars woordjes beter dan wij dat zelf zouden kunnen waarom grepen wij daarna zo op elkaar in  waarom gaven wij daarna zo uit op elkaar waren wij al die tijd samen een lege bril dreven wij al die tijd als verdronken inkt in een uitgeschreven rivier,                                                              houdt dit ooit op wij lepelen gretig en gretiger, bijten  vol vuur happen uit elkaars buurt huidloos zoeken wij een pijnlijk, teder en ademloos perfect onuitgesproken woord

puzzel

hij drinkt koffie en nog koffie propt grote stukken chocolade in zijn mond en gaat door met wat hij doet  lijkt een puzzel dit stukje hoort bij dat  en dit bij dat en nee, nee dit niet bij, of toch drinkt hij koffie en nog koffie propt grote stukken chocoloade tussen zijn tanden en laat zijn schouders zakken 

baard

  zijn baard was een oergrijze wildegroei en leek wat al te krachtige naar links geblazen   alsof hij zwaar en moede leunend op zijn spade te lang in de eeuwige westenwind stond   de staar gooide reeds een vlies over zijn iris en hij was vier centimeter kleiner dan hij ooit was.   zijn blauwe overal deed hij even zelden uit als zijn lieve zuster hem in de was deed.   nochtans had hij liever een andere vrouw gehad om dat soort dagelijkse beslommeringen te delen en te verdelen onder elkaar. hij wist niet   wat er van haar geworden was, of ze ooit nog aan hem dacht. wat maakte het na al die tijd   uit, nog even de patatten schoonzetten. nog even.

lang

met hoofdtelefoon op zit hij voor een scherm zijn hoofd ratelt  als een toetsenbord onophoudelijk zijn gedachten zijn vlug vliegensvlugge vingers en hij stopt niet  tot zij weer thuis is en het stopt niet  tot zij weer thuis komt en hij weet niet hoe lang zoiets duurt alleen dat het nu al lang ja, dat weet hij  al lang

een blad in de herfst

                                             aan R.B.  toen hij haar bleekjes zag  liggen in een ziekenhuisbed links van hem zijn vader rechts van hem zijn zuster viel hem op hoezeer zij hier samenviel  met een blad in de herfst  terwijl het enige wat hij wou  vasthouden was, koesteren  houden van en het enige wat hij kon wachten was, wachten tot ze viel  

zij is weg

boven liggen de kindjes te slapen. voor hen is alles zo vanzelfsprekend. voor hem ligt een gesloten boek. naar het nieuws op tv kijkt hij niet. zijn glas is half leeg en hij kan echt niet zonder haar.