Doorgaan naar hoofdcontent

onvangbaar zonlicht

Als je wil beschrijven wat er omgaat in iemands leven dan word je geconfronteerd met een zo ontzettend grote veelheid aan indrukken en ervaringen, dat je amper weet waar te beginnen. Laat staan dat je jouw eigen leven wil beschrijven en aan papier of computer wil toevertrouwen wat je drijft en wat je beleeft.
Zelfs dit ene moment is te complex om te beschrijven. Het tasten naar de letters op het toetsenbord hoort er sowieso al bij, de muziek van Leonard Cohen, Frank Boeijen... ook, de ongeduldige Engelstalige artikels die mijn leerlingen voor hun mondeling examen moeten lezen, herinneringen aan wat een vorig leven genoemd kan worden... Alles dient zich zonder onderscheid aan. Daartussen laveren om te zoeken naar wat bevatbaar is, is niet gemakkelijk en in feite zelfs helemaal niet bevredigend. Alles gewoon in de stroom van ervaring laten drijven, is veel intenser en het zoeken naar een vlindernetje om gedachten in te vangen, en het achternahollen van die vlinders zijn voorbodes van het vangen zelf en het vangen zelf is een frustrerende gebeurtenis, ook al kan je nog zo genieten van de dichtbije schoonheid van de kleuren en de figuren op de vleugels; het tedere bibberen van het insect in je handen, het aarzelende wachten van het beestje voor het terug wegvliegt, het grillige dansen en het onvoorspelbare vervolgen van zijn weg in de lucht, het verdwijnen in het licht van de zon.
De laatste weken heb ik op het gras gelegen en de bewegingen rondom me erg goed gadegeslagen, genoten van het zonlicht op mijn lijf... dat het misschien nog te vroeg op het jaar was om zoiets te doen, en dat ik daardoor nu met een kanjer van een verkoudheid opgescheept zit, hoort erbij en gaat ook wel weer over. Ik spreid mijn armen en laat de warmte desondanks mijn borst strelen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

het vat is af, het glas tot de bodem geledigd

diepgeploegde voorhoofdrimpels wil ik hebben, waar de schaduwen van de jaren zich ophouden - net als mijn grootvader zaliger, net als mijn vader, mijn oudste broer, en zo snel mogelijk grijze haren op mijn hoofd, in mijn snor en in mijn baard, en daarna witte, kaal mag ook, zoals mijn grootvader aan moederszijde. tanden scheef, vergeeld daarna, verrot en uitgevallen - gapende stiltes in mijn mond. ogen dof, desnoods de staar erin, mijn oren laten me allicht sowieso in de steek zoals ze nu al bij mijn moeder doen, zodat iedereen zich roepend kenbaar maken moet en het volume van de tv altijd op maximum zal staan. net zoals mijn grootmoeder wil ik boeken lezen, maar vergeten wie of wat, en welk personage. voortdurend mezelf herhalen, mekkeren over het geleden leven en afzien, maar niet sterven, nog niet sterven, in ieder geval veel en veel te laat sterven en het bij God altijd beter weten als ik dan toch moet sterven, tot het onverstaanbaar reutelen wordt...

afgeknipte handschoenen

met afgeknipte handschoenen - ze rafelen en de draadjes kriebelen tussen mijn vingers - werk ik met een scherm voor mijn neus aan wat ik straks zal moeten uitprinten of met opmerkingen terugsturen. ondertussen wordt het dak geïsoleerd en elke buitenmuur volgespoten met plastic bolletjes - niet speciaal voor mij, ik wikkel mezelf graag in dekens, draag laag over laag op mijn lijf, lees een boek in de stoffigste hoek van dit vochtige huis. maar ik leef hier niet zonder hun twee, dus behoor ik te plannen en te verbeteren met halfwassen handschoenen om mijn tere boekhoudersvingers, die op een toetsenbord thuis horen, geen blote en vereelte buitenhanden om de steel van een spade geklemd. werken aan toekomst, steeds meer toekomst. wearing fingerless knit gloves - they have freyed a bit and the short threads tickle me whenever I touch my face - I work with my nose close to a computerscreen on something I will have to print lateron or send back with ...

Bobby Dollar

Iedereen heeft recht op eens iets anders, ook al heb je er niet zelf om gevraagd. Als ik mijn leeslijst bekijk van de laatste vijf jaren – ja, er zijn van die onverlaten die bijhouden wat ze gelezen hebben – dan blijkt dat politieromans en fantasy novels bijzonder slecht vertegenwoordigd zijn. Dat is geheel terecht vind ik want de twee genres waaruit je de meeste voorbeelden van gemeenplaatsen, opgeblazen dialogen en halfslachtige psychologie kan halen, zijn toch wel de die. De collega die met het eerste boek van de Bobby Dollartrilogie van Tad Williams op bezoek kwam, kan het niet ontgaan zijn dat ik gefronst heb als een sharpei, maar soms moet je boeken, net zoals collega’s en vrienden de kansen geven die ze verdienen. In dit geval was het in eerste instantie de collega die ik een kans wou geven, maar het voorwerp was dus wel een boek. Als opdracht had hij in ‘The Dirty Streets of Heaven’ medelevend met mijn situatie “Vade ad inferos aut transi ad superos?” geschreven. Daar kon ik ...