Doorgaan naar hoofdcontent

onverbiddelijk

de warme plek in bed naast me
is er even niet, ze komt wel
terug, zo zei ze vlak voor ze
vertrok, maar de stem die me

wakkerhoudt, trilt nerveus; stel,
zo bibbert ze, stel nu, stel...

en dus drijf ik weg, van de matras
en door het raam, over bomen
tot aan een paarse zee van heide
en drooggezomerd buntgras.

en ik lig op mijn rug en hoor
nochtans de golven golven,

maar er is niets en de nacht
blijft onverbiddelijk op slot.



The warm place next to me in bed,
has momentarily disappeared, it'll
return, that's what it said just
before it left, but the voice

that keeps me awake, trembles; suppose,
it says, suppose now, suppose...

and so I drift away, from the mattrass
and through the window, over treetops,
to a purple sea of heather
and hairgrass dried in summer.

and I lie on my back and although
I can hear the waves lapping,

nothing is there and the night
stays locked, inexorably.


Reacties

Populaire posts van deze blog

het vat is af, het glas tot de bodem geledigd

diepgeploegde voorhoofdrimpels wil ik hebben, waar de schaduwen van de jaren zich ophouden - net als mijn grootvader zaliger, net als mijn vader, mijn oudste broer, en zo snel mogelijk grijze haren op mijn hoofd, in mijn snor en in mijn baard, en daarna witte, kaal mag ook, zoals mijn grootvader aan moederszijde. tanden scheef, vergeeld daarna, verrot en uitgevallen - gapende stiltes in mijn mond. ogen dof, desnoods de staar erin, mijn oren laten me allicht sowieso in de steek zoals ze nu al bij mijn moeder doen, zodat iedereen zich roepend kenbaar maken moet en het volume van de tv altijd op maximum zal staan. net zoals mijn grootmoeder wil ik boeken lezen, maar vergeten wie of wat, en welk personage. voortdurend mezelf herhalen, mekkeren over het geleden leven en afzien, maar niet sterven, nog niet sterven, in ieder geval veel en veel te laat sterven en het bij God altijd beter weten als ik dan toch moet sterven, tot het onverstaanbaar reutelen wordt...

afgeknipte handschoenen

met afgeknipte handschoenen - ze rafelen en de draadjes kriebelen tussen mijn vingers - werk ik met een scherm voor mijn neus aan wat ik straks zal moeten uitprinten of met opmerkingen terugsturen. ondertussen wordt het dak geïsoleerd en elke buitenmuur volgespoten met plastic bolletjes - niet speciaal voor mij, ik wikkel mezelf graag in dekens, draag laag over laag op mijn lijf, lees een boek in de stoffigste hoek van dit vochtige huis. maar ik leef hier niet zonder hun twee, dus behoor ik te plannen en te verbeteren met halfwassen handschoenen om mijn tere boekhoudersvingers, die op een toetsenbord thuis horen, geen blote en vereelte buitenhanden om de steel van een spade geklemd. werken aan toekomst, steeds meer toekomst. wearing fingerless knit gloves - they have freyed a bit and the short threads tickle me whenever I touch my face - I work with my nose close to a computerscreen on something I will have to print lateron or send back with ...

vluchtweg

niets meer in de weg onderweg niets meer om van weg te komen kale bomen zonder takken hun gewrongen vormen smelt-water-modder-bodem onder alles weg-gewoeld boven sulfermist betekenis  verdwenen - de vormen geen tijd om bij te komen geen tijd om weg te komen vlucht - weg weegt - beweegt laat slechts - laat slecht een afdruk van wat weg is, weg